Over mij

Hallo mensen, ik ben Kees Klaassen en een groot fan van de wielrensport en Delta tour Zeeland. Met dit blog wil ik u alle informatie vertellen over deze prachtige fiets sport. Regelmatig zal ik een blog posten met veelzijdige informatie over deze prachtige sport.

Read More

Delta Tour Zeeland

Delta tour zeeland is van oudersher een wielren evenement in de provincie Zeeland en werd gehouden rond juni van elk jaar. Deltatourzeeland trok jaarlijks tienduizenden wielrenfans uit de gehele wereld naar dit prachtige evenement. Vandaar dat ik voor deze titel heb gekozen.

Read More

Meer informatie fietsen

Door jarenlange ervaring met deze passionele sport ben ik het meeste wel wijs geworden en kan ik met een vertrouwd hard zeggen dat ik een verzameling heb gemaakt van alle goede fiets linkjes. Ook vind je meer informatie over de Delta tour zeeland.

Read More

Massa spurt

De massaspurt. Niet sprint maar spurt want spurt is een Vlaams woord en in de koers spreekt men Vlaams. Geen Nederlands. Punt. Tijdens de massaspurt, of beter gezegd tijdens de voorbereiding van de massaspurt zit ik gefascineerd te turen naar het beeldscherm. Niemand moet mij dan ook storen in het kijken naar dat beeldscherm tijdens bijvoorbeeld de Delta tour Zeeland. Of je moet een chagrijnige snauw voor lief nemen. Niet omdat ik zo’n onaardige jongen ben maar niets boeit mij meer dan het gewriemel, getrek, gevloek en getier in de voorbereiding tot de massaspurt. Als de kamikazepiloten zich aan het front gemeld hebben  maak ik een extra zintuig aan. Die heb je namelijk nodig als je alles wil zien en niets wilt missen tijdens het gekkenwerk in de ultieme kilometers. Daar kan geen massahysterie op Alpe d’Huez, chaotische idioterie op de Koppenberg of venijnige demarrage op de Cauberg tegenop. Zeker in deze Tour ben ik erg verwend geraakt met elke dag een spurt op het scherpst van de snede en prachtige gefilm met een drone van alldrone. Door het ontbreken van de Petacchi’s van deze wereld zijn de massaspurts chaotischer dan ooit tevoren en zo zie ik ze graag. Het ontbreken van de ‘trein’ begint een type als Boonen mateloos te frustreren. Telkens begint hij te laat te spurten omdat de Bom van Balen niet vanaf de tweede rij durft te komen. Bang om ingesloten te raken wat begrijpelijk is maar in deze Tour niet de juiste tactiek blijkt. Freire en McEwen bewijzen dat eigen initiatief loont. Ietwat overtrokken maar je kunt de spurts in de eerste week vergelijken met die bij de amateurs. Ook daar moeten de spurters vechten voor hun plek en treintjes komen in de clubcompetitie al helemaal niet voor. Geweldig! Wat wel erg jammer is dat de spurts in de Tour minder in beeld gebracht worden dan bijvoorbeeld in de Giro. In Italië scheren de heli’s bij wijze van spreken over de helmen van de renners heen, waardoor het ijzingwekkende geduw en getrek prachtig in beeld gebracht wordt. Een vaste camera die de laatste tweehonderd meter met de sprinters meerijdt zou ook spectaculaire beelden opleveren. Het zijn maar ideeën…

Saai noemen velen de eerste week van de Tour. Tjah, dat is het ook. De hele dag naar een kansloze vlucht koekeloeren van een stel dappere Fransozen is geen sinecure. Het toch niet onaardige Bretoense landschap ten spijt kon ik vandaag de verleiding dan ook niet weerstaan om de oogjes half te sluiten. Herbert Dijkstra doet op dit soort dagen altijd perfect dienst als slaapmutsje maar bij het woord finale veer ik plotsklaps rechtop. Ik zeg Herbert Dijkstra want ik was vandaag veroordeeld tot het kijken naar de NOS.  Samen met mijn oppaskindje zapte ik driemaal wanhopig alle kanalen weg maar ik vond geen VRT . Geluid uit en radio Tour aan is sinds Jacques Chapel ook geen optie meer. Het is maar een geluk dat de schoonheid van de massaspurt geen commentaar behoeft. Een overbodige column dus eigenlijk.

Commercie

Geen grote gadgets meer in de laatste twee kilometer van een Touretappe. Dat hebben de wijze mannen eindelijk besloten na de vele incidenten de afgelopen jaren. Ook in de eerste etappe was het weer raak toen Thor Hushovd in vliegende vaart langs de dranghekken vloog en een PMU-hand toucheerde. Gevolg: diepe vleeswond, gele trui kwijt en wellicht kostbare punten voor de groene trui.

Tourrenners zijn harde kerels en zeker deze Noorse viking kan een stootje verdragen, maar in topsport draait het om details. Het zou zonde zijn mocht de strijd om het groen een topper missen omdat hij de komende dagen niet in staat is om te sprinten. Laten we hopen dat hij er niet teveel hinder van zal ondervinden.

Je kunt trouwens nog zoveel maatregelen treffen als organisatie maar uitsluiten kun je uiteraard helemaal niets. Zo kwam Tom Boonen vandaag in aanraking met een fototoestel waarbij hij zich bezeerde. Heeft u zelf wel eens geprobeerd een aanstormend peloton te vereeuwigen langs de kant? Ik wel, door de lens lijken ze klein en ver weg maar in de realiteit scheren ze rakelings langs de dranghekken. Dat was schrikken en ik heb het dan ook nooit weer gedaan…

De commercie lijkt de Tour maar ook andere sporten steeds meer in z’n greep te krijgen. Volwassen mannen slaan elkaar de hersens in om maar een Haribo-dropje, een petje van de Champion-supermarkt of andere kinderspeeltjes te bemachtigen. Eigenlijk is het veel meer de moeite waard om daar een foto van te nemen! Ook lang zo gevaarlijk niet.

Maar het is allemaal kinderspel vergeleken met het WK voetbal. Zo moest ik laatst hartelijk lachen toen het team van Australië de toegang tot het trainingscomplex geweigerd werd omdat de spelersbus niet door WK-sponsor Hyundai gesponsord was. Spontaan werd ik supporter van dit team, uit een land dat dus niet alleen goede wielrenners voortbrengt. De eerste Australische overwinning in de Tour zal ook niet lang meer op zich laten wachten, schat ik in. Waar McEwen gisteren nog een beetje te laat op stoom kwam geef ik hem voor vandaag de grootste kans. Of zou er toch een onverlaat met een PMU-hand  langs de kant staan?

Recept vlakke wielren etappes

Er is een recept voor vlakke etappes, een recept dat we dezer dagen vaak klaargemaakt zien worden. Als ik een Tour-kookboek zou moeten schrijven, komt het in het kort denk ik hier op neer: neem een groep vluchters– vier of vijf is voldoende – giet er vervolgens een scheut tempoversnelling in, smeer het peloton uit over de weg en gebruik wat sprinters om het af te maken. Geloste renners naar smaak toevoegen.

Globaal is dat hoe het gaat; er zijn maar kleine nuanceverschillen in het bereidingsproces. Die verschillen, die wel belangrijk zijn om écht iets exquis te kunnen serveren, staan elke dag beschreven in een boek. Het mag ‘kookboek’ heten, maar ik geef toe dat ‘routeboek’ professioneler klinkt.

Sprinters, en misschien nog wel meer knechten van sprinters, zitten zich als het goed is elke dag suf te turen in dat boek, op die rotonde, die asfaltstrook met die parkeerhaventjes, en dat bruggetje op vijfhonderd meter van de finish. Dat alles gesitueerd in een plek met een naam waar ze hooguit vaag van gehoord hebben, maar die voor hen betekenis heeft gekregen omdat de organisatie daar toevallig de streep van de betreffende etappe heeft getrokken.

Cruciaal onderdeel van die voorvorige zin: ‘Als het goed is.’ Want ik krijg de indruk dat niet iedereen zo goed op de hoogte is van wat er in het routeboek staat. En wel zeker Julian Dean niet, die kennelijk in de veronderstelling verkeert dat je het gerecht dat de vierde etappe heet ook wel kunt afmaken als je de vorige drie klaargemaakt hebt zien worden.

Dean keek of zijn baas, Thor Hushovd, achter hem zat, en net op dat moment was hij uit een flauwe bocht aan het komen. Daar kwam hij pas achter toen hij tegen een briesende mederenner zat aangeplakt. Een ongemakkelijke situatie, die dan ook de eenmansvalpartij van Dean tot gevolg had.

Hopelijk steekt Dean, en met hem al die andere renners die zich in de keuken begeven, de komende dagen zijn neus goed in het routeboek. Want er komen nog veel soortgelijke kookklussen aan, en wie weet wordt hij wel de vaste chef-kok bij zijn ploeg als Hushovd de kans krijgt om de slagroom op de taart aan te brengen.

Droom

In de nacht voor de laatste etappe had ik een merkwaardige droom. Het was zo’n droom waarin het een tijdje duurt voordat je door hebt wat de situatie is en wat jouw rol daarin dan mag wezen.

Het begon vormloos en vaag. Ik liep door een schemerige, betonnen tunnel. Er was net genoeg licht om te zien dat ik langs een enkele rij mensen liep. Schouders, achterhoofden, allemaal even anoniem. Meer zag ik niet.

Op een bepaald moment merkte ik dat de gang verderop steeds lichter werd. En ineens werd ik vergezeld door een man in een wit overhemd met een zonnebril en een koptelefoon op. Hij begeleidde mij behoedzaam naar wat de voorkant van de lange rij leek. Toen inderdaad bleek dat de rij eindig was, zag ik daar een man in een groene trui en een man in een bolletjestrui staan. Ze stonden op mij te wachten.

De situatie werd me steeds duidelijker, maar het bleef gissen naar mijn rol. Wie of wat was ik?

Pal achter de man in de bolletjestrui en de man in de groene trui bevond zich de uitgang van de tunnel, die me nu opviel als een soort spelerstunnel van een voetbalstadion. Door het reflecterende zonlicht kon ik vaststellen dat die twee inderdaad Rasmussen en McEwen waren. Ik concludeerde verder dat de figuren erachter de andere renners van het peloton moesten zijn.

McEwen knikte respectvol toen hij mij zag, en maakte dienstbaar plaats. Rasmussen had een ronduit bewonderende blik in zijn ogen, hij schudde me krachtig de hand. Uit verlegenheid keek ik naar beneden, naar die magere hand van Rasmussen, en toen viel me pas op dat mijn arm in een geel jasje stak. Ik bekeek mezelf wat beter en zag grote logo’s met ‘LCL’ erop. Le Crédit Lyonnais. Het was onmiskenbaar de gele trui.

Even dacht ik: allemachtig, hoe heb ik dat klaargespeeld? Maar kort daarna besefte ik dat ik eigenlijk Floyd Landis was, en op het moment dat ik dat doorhad, spatte de droom natuurlijk uit elkaar.

Met tegenzin werd ik wakker. Want wat had ik graag nog wat langer de drager van het geel willen zijn, de winnaar van de Tour de France. Wat had ik graag die geweldenaar willen zijn die met een spectaculaire solo het respect van het complete peloton afdwong. Maar ik was gewoon weer mezelf. En de echte geweldenaar mocht ondertussen lekker wel blijven genieten – van een droom die hij zelf gemaakt had.

Leerling

,,Wie denk jij dat de Tour gaat winnen?’’ Ik zit op de fiets, telefoon aan mijn oor, het is elf uur ’s ochtends. En degene die ik aan de lijn heb, is niet de eerste vandaag die dat van me wil weten. Ik ben er al twee keer eerder over ondervraagd, wat alleen maar kan betekenen dat het een vraag is die mensen bezighoudt.

Toen de etappes nog vlak waren, was dat wel anders. Dan heeft het volgen van de Tour veel weg van het kijken naar een serie paardenraces: in galop naar de streep en dan de finishfoto afwachten. De gele trui is niet meer dan een voetnoot in dat spektakel, een pietluttig gegoochel met bonificatiesecondes.

Met de eerste bergetappe werd de Tour een heel ander schouwspel. In plaats van een paardenrace heb je dan ineens het verhaal van de tien kleine negertjes voor je – en zit je te wachten tot er weer eentje afvalt omdat die er doorheen zit. Er was op weg naar Pla-de-Beret een Amerikaan die zich er heel duidelijk niet af liet rijden, dezelfde Amerikaan die naar eigen zeggen de pijn van een kapotte heup zit te verbijten: Floyd Landis.

,,Floyd Landis’’, zei ik stellig. Aan de andere kant werd instemmend gereageerd. Want je ziet het aan die kerel, iedereen ziet het aan hem: hij is slim, hij is sterk, hij is zelfverzekerd en vastberaden.

Van de Floyd Landis die jaren terug bij de ploeg van Armstrong werd ingelijfd, kon je dat toch niet zeggen. Tenminste, dat beweert de ‘boss’ zelf in het tweede deel van zijn autobiografie, ‘Elke seconde telt’. Volgens Armstrong was Landis een aan lager wal geraakte weirdo, die het bestond om op regenachtige middagen dertien cappuccino’s naar binnen te gieten en royaal met creditcards te wapperen zonder dat hij een cent te makken had.

Armstrong hoorde van dat voorval met die cappuccino’s, ging vijf uur met de zondaar op pad, en genas hem. Hij kneedde hem vervolgens tot een knecht die in staat was om dingen voor zijn baas te doen die hij zelf niet voor mogelijk had gehouden.

En nu is Landis dus zelf de baas. Dé vraag voor het begin van de Tour was: wie wordt de opvolger van Armstrong? NuUllrich en Basso niet meedoen, denk ik dat het antwoord wel eens kan zijn: de beste leerling van Armstrong. Want Landis, de bekeerde weirdo met z’n gammele heup, is zichzelf deze Tour opnieuw aan het verbazen.

Acteren

Een anticlimax. Zo mag je de finale van de etappe van gisteren wel noemen. Waar we in de koninginne-etappe naar Pla de Beret nog verwend werden door strijd tot op de streep, was het gister een verbazingwekkende vertoning. Ballan die telkens werd gedwongen het gat dicht te rijden op Popovych terwijl Freire prinsheerlijk in het wiel zat. Dat doe je misschien een of twee keer maar wanneer de Italiaan zegt dat het genoeg is moet je zelf maar eens uit je hok komen. Wanneer je dat niet doet moet je op niemand kwaad zijn, behalve op jezelf. Het is me dan ook een raadsel waarom Freire zo’n stevige discussie begon met Ballan. Wat zou hij gezegd kunnen hebben? “Zou u zo vriendelijk willen zijn het gat nogmaals dicht te rijden? Ik heb namelijk een deal met de ploeg van Popovych. Als ik niet achter hem aan rij krijg ik veel centjes….” Een drievoudig wereldkampioen zou toch moeten weten hoe de wielerwetten luiden in het  Burgerlijk wetboek van koersrecht…

 

De boosheid van Freire na de aankomst vond ik dan ook moeilijk te begrijpen. De grillige Spanjaard stormde de teambus in zonder ook maar een woord van opheldering voor het verbaasde journaille. Iedereen die de finale heeft gezien was ervan overtuigd dat het een handjeklap betrof tussen de Rabo’s en Discovery’s. Het is natuurlijk ook een leuk beeld. Erik Breukink die voor een leuke som geld zijn oud-ploegmakker Bruyneel wel een ritje gunt met zijn ploeg. Waarna hij Freire in het oortje schreeuwt als Popovych gedemarreerd is: “Oscar, benen stil! En speel alsjeblieft een beetje geloofwaardig mee. Van dat geintje met Langeveld bij het NK ben ik een week ziek geweest, capiche? Word maar flink kwaad bij de bus ofzo. Dan snappen die dommeriken er geen bal meer van haha”

Nieuwe mobiele oplader gekocht

De meeste mensen weten goed hoe ze hun Smartphone, tablet kunnen opladen, maar weinig mensen hebben gehoord over een mobiele oplader. Hiermee kunnen ze ook onderweg voorzien in de stroombehoefte als de batterij van het apparaat hun in de steek laat. Vooral bij de nieuwe Smartphone modellen komt dit geregeld voor. Met dit artikel proberen ik u uit te leggen hoe een lege accu van de telefoon is te voorkomen.

De accu van de Smartphone heeft niet voldoende capaciteit om de hele dag muziek af te spelen of spelletjes te spelen. Dat is geen probleem als u thuis bent en deze makkelijk kunt opladen via het stopcontact. Op het moment dat u buiten of onderweg bent vormt dit wel een groot probleem, waar gelukkig een oplossing voor bestaat. Met een mobiele oplader kunt u namelijk eenvoudig de telefoon opladen zonder gebruik te maken van een stopcontact.

Hoe werkt een mobiele oplader?
De powerbank beschikt over een sterke batterij die u eenvoudig kunt opladen met een normale adapter in het stopcontact. Dit duurt gemiddeld een paar uren, maar is afhankelijk van de capaciteit van de powerbank. De batterij slaat deze energie op. Als u een USB kabel van de Smartphone steekt in de USB poort van de powerbank zal de energie worden overgedragen van de externe batterij naar de accu van uw telefoon. Dit proces werkt volgens druppellading en duurt ongeveer een half uur om de accu tachtig procent op te laden. Daarna duurt het nog eens een half uur om de accu honderd procent vol te laden. Al met al werkt een powerbank dus vrij snel.

U moet wel opletten dat de specificaties van een powerbank overeenkomen met die van uw telefoon. Let bijvoorbeeld op het voltage, de capaciteit uitgedrukt in mAh en het aantal ampère. Indiende de specificaties niet overeenstemmen kan dit namelijk leiden tot overladen. Dit wilt u ten alle tijden voorkomen, aangezien dit de powerbank en de specifieke telefoon ernstig kan beschadigen. U kunt deze gegevens terugvinden in d gebruikshandleiding van beide apparaten.

Met een powerbank heeft u nooit meer last van een lege accu als u een dag op het strand bent of een wandeling maakt met een gps systeem. Vooral bij de huidige generatie telefoons is een mobiele powerbank van deze Powerbank webshop een welkom middel om een lege batterij te voorkomen.

 

Kijksport met een mooie dashboard camera

De eerste rustdag in de Tour geeft maar weer aan hoezeer wielrennen een kijksport is. Dagenlang kunnen we rond een uur of drie inschakelen om te kijken naar wielen die over asfalt rollen, naar een kleurrijke karavaan die door zomerend landschap trekt en dat allemaal gefilmd met een prachtige dashboard camera. Dit alles steevast begeleid door monotoon geronk en geklapper van respectievelijk motor en helikopter.

Dat geronk… dat heerlijke, geruststellende geronk! Alleen daar zou ik de tv al voor aanzetten om de beelden van de dashcam af te spelen. Dan zijn alle beelden van winnaars, verliezers, moedige strijders en klaarblijkelijke bezienswaardigheden nog fraaie extra’s.

Maar dan die rustdag. Niks geen geronk. De motoren rijden niet, de helikopters staan aan de grond. Asfalt is er wel, maar dan enkel naast het terras waar een ploeg wielrenners aan de koffie zit. En waar men aan het lezen is over voetbal – ook dat nog.

De lamlendigheid druipt af van al die koffiedrinkende wielrenners en fietsenwassende mechaniekers. Er is echter een ploeg die doorheeft hoe je van zo’n oersaaie Tourdag nog wat kunt maken. Bij Phonak hebben ze namelijk een paar plaatjes geschoten van de heup van hun kopman. Het gaat niet best met die heup, aldus de begeleidende tekst, die via een persconferentie wereldkundig werd gemaakt. De kopman zelf, Floyd Landis, vertelde met een halve grijns dat het reuze zeer doet en dat hij toe is aan een nieuwe als de Tour is afgelopen. Wat een contrast is dat vergeleken met een relatieve kleine wielrenwedstrijd als de Delta tour Zeeland.

Waar hebben we zoiets eerder gehoord? Inderdaad: in de Tour van 2003. Toen hadden we de ‘King of Pain’, Tyler Hamilton. Die reed in de rondte met een scheur in zijn sleutelbeen. De man had gevoel voor drama en liet zich een schouderband aanmeten die bij elke bergetappe van betekenis prominent in beeld kwam. Hij werd in die Tour vierde. Dus hij zette én een topprestatie neer, én hij had de status van Tourheld weten te verwerven.

Ik gok erop dat Landis hetzelfde voor ogen heeft. Netjes tweede staan in het klassement, maar tsjonge jonge, wat doet die heup ondertussen een pijn! Na dat verkrampte gehark op die tijdritfiets verwacht ik heel wat gekke bekken in de bergen. Want Landis wil ook een Tourheld worden. En hij weet waar het gros van zijn publiek zich bevindt: voor de buis.