Category Archives: Uncategorized

Commercie

Geen grote gadgets meer in de laatste twee kilometer van een Touretappe. Dat hebben de wijze mannen eindelijk besloten na de vele incidenten de afgelopen jaren. Ook in de eerste etappe was het weer raak toen Thor Hushovd in vliegende vaart langs de dranghekken vloog en een PMU-hand toucheerde. Gevolg: diepe vleeswond, gele trui kwijt en wellicht kostbare punten voor de groene trui.

Tourrenners zijn harde kerels en zeker deze Noorse viking kan een stootje verdragen, maar in topsport draait het om details. Het zou zonde zijn mocht de strijd om het groen een topper missen omdat hij de komende dagen niet in staat is om te sprinten. Laten we hopen dat hij er niet teveel hinder van zal ondervinden.

Je kunt trouwens nog zoveel maatregelen treffen als organisatie maar uitsluiten kun je uiteraard helemaal niets. Zo kwam Tom Boonen vandaag in aanraking met een fototoestel waarbij hij zich bezeerde. Heeft u zelf wel eens geprobeerd een aanstormend peloton te vereeuwigen langs de kant? Ik wel, door de lens lijken ze klein en ver weg maar in de realiteit scheren ze rakelings langs de dranghekken. Dat was schrikken en ik heb het dan ook nooit weer gedaan…

De commercie lijkt de Tour maar ook andere sporten steeds meer in z’n greep te krijgen. Volwassen mannen slaan elkaar de hersens in om maar een Haribo-dropje, een petje van de Champion-supermarkt of andere kinderspeeltjes te bemachtigen. Eigenlijk is het veel meer de moeite waard om daar een foto van te nemen! Ook lang zo gevaarlijk niet.

Maar het is allemaal kinderspel vergeleken met het WK voetbal. Zo moest ik laatst hartelijk lachen toen het team van Australië de toegang tot het trainingscomplex geweigerd werd omdat de spelersbus niet door WK-sponsor Hyundai gesponsord was. Spontaan werd ik supporter van dit team, uit een land dat dus niet alleen goede wielrenners voortbrengt. De eerste Australische overwinning in de Tour zal ook niet lang meer op zich laten wachten, schat ik in. Waar McEwen gisteren nog een beetje te laat op stoom kwam geef ik hem voor vandaag de grootste kans. Of zou er toch een onverlaat met een PMU-hand  langs de kant staan?

Recept vlakke wielren etappes

Er is een recept voor vlakke etappes, een recept dat we dezer dagen vaak klaargemaakt zien worden. Als ik een Tour-kookboek zou moeten schrijven, komt het in het kort denk ik hier op neer: neem een groep vluchters– vier of vijf is voldoende – giet er vervolgens een scheut tempoversnelling in, smeer het peloton uit over de weg en gebruik wat sprinters om het af te maken. Geloste renners naar smaak toevoegen.

Globaal is dat hoe het gaat; er zijn maar kleine nuanceverschillen in het bereidingsproces. Die verschillen, die wel belangrijk zijn om écht iets exquis te kunnen serveren, staan elke dag beschreven in een boek. Het mag ‘kookboek’ heten, maar ik geef toe dat ‘routeboek’ professioneler klinkt.

Sprinters, en misschien nog wel meer knechten van sprinters, zitten zich als het goed is elke dag suf te turen in dat boek, op die rotonde, die asfaltstrook met die parkeerhaventjes, en dat bruggetje op vijfhonderd meter van de finish. Dat alles gesitueerd in een plek met een naam waar ze hooguit vaag van gehoord hebben, maar die voor hen betekenis heeft gekregen omdat de organisatie daar toevallig de streep van de betreffende etappe heeft getrokken.

Cruciaal onderdeel van die voorvorige zin: ‘Als het goed is.’ Want ik krijg de indruk dat niet iedereen zo goed op de hoogte is van wat er in het routeboek staat. En wel zeker Julian Dean niet, die kennelijk in de veronderstelling verkeert dat je het gerecht dat de vierde etappe heet ook wel kunt afmaken als je de vorige drie klaargemaakt hebt zien worden.

Dean keek of zijn baas, Thor Hushovd, achter hem zat, en net op dat moment was hij uit een flauwe bocht aan het komen. Daar kwam hij pas achter toen hij tegen een briesende mederenner zat aangeplakt. Een ongemakkelijke situatie, die dan ook de eenmansvalpartij van Dean tot gevolg had.

Hopelijk steekt Dean, en met hem al die andere renners die zich in de keuken begeven, de komende dagen zijn neus goed in het routeboek. Want er komen nog veel soortgelijke kookklussen aan, en wie weet wordt hij wel de vaste chef-kok bij zijn ploeg als Hushovd de kans krijgt om de slagroom op de taart aan te brengen.

Droom

In de nacht voor de laatste etappe had ik een merkwaardige droom. Het was zo’n droom waarin het een tijdje duurt voordat je door hebt wat de situatie is en wat jouw rol daarin dan mag wezen.

Het begon vormloos en vaag. Ik liep door een schemerige, betonnen tunnel. Er was net genoeg licht om te zien dat ik langs een enkele rij mensen liep. Schouders, achterhoofden, allemaal even anoniem. Meer zag ik niet.

Op een bepaald moment merkte ik dat de gang verderop steeds lichter werd. En ineens werd ik vergezeld door een man in een wit overhemd met een zonnebril en een koptelefoon op. Hij begeleidde mij behoedzaam naar wat de voorkant van de lange rij leek. Toen inderdaad bleek dat de rij eindig was, zag ik daar een man in een groene trui en een man in een bolletjestrui staan. Ze stonden op mij te wachten.

De situatie werd me steeds duidelijker, maar het bleef gissen naar mijn rol. Wie of wat was ik?

Pal achter de man in de bolletjestrui en de man in de groene trui bevond zich de uitgang van de tunnel, die me nu opviel als een soort spelerstunnel van een voetbalstadion. Door het reflecterende zonlicht kon ik vaststellen dat die twee inderdaad Rasmussen en McEwen waren. Ik concludeerde verder dat de figuren erachter de andere renners van het peloton moesten zijn.

McEwen knikte respectvol toen hij mij zag, en maakte dienstbaar plaats. Rasmussen had een ronduit bewonderende blik in zijn ogen, hij schudde me krachtig de hand. Uit verlegenheid keek ik naar beneden, naar die magere hand van Rasmussen, en toen viel me pas op dat mijn arm in een geel jasje stak. Ik bekeek mezelf wat beter en zag grote logo’s met ‘LCL’ erop. Le Crédit Lyonnais. Het was onmiskenbaar de gele trui.

Even dacht ik: allemachtig, hoe heb ik dat klaargespeeld? Maar kort daarna besefte ik dat ik eigenlijk Floyd Landis was, en op het moment dat ik dat doorhad, spatte de droom natuurlijk uit elkaar.

Met tegenzin werd ik wakker. Want wat had ik graag nog wat langer de drager van het geel willen zijn, de winnaar van de Tour de France. Wat had ik graag die geweldenaar willen zijn die met een spectaculaire solo het respect van het complete peloton afdwong. Maar ik was gewoon weer mezelf. En de echte geweldenaar mocht ondertussen lekker wel blijven genieten – van een droom die hij zelf gemaakt had.

Leerling

,,Wie denk jij dat de Tour gaat winnen?’’ Ik zit op de fiets, telefoon aan mijn oor, het is elf uur ’s ochtends. En degene die ik aan de lijn heb, is niet de eerste vandaag die dat van me wil weten. Ik ben er al twee keer eerder over ondervraagd, wat alleen maar kan betekenen dat het een vraag is die mensen bezighoudt.

Toen de etappes nog vlak waren, was dat wel anders. Dan heeft het volgen van de Tour veel weg van het kijken naar een serie paardenraces: in galop naar de streep en dan de finishfoto afwachten. De gele trui is niet meer dan een voetnoot in dat spektakel, een pietluttig gegoochel met bonificatiesecondes.

Met de eerste bergetappe werd de Tour een heel ander schouwspel. In plaats van een paardenrace heb je dan ineens het verhaal van de tien kleine negertjes voor je – en zit je te wachten tot er weer eentje afvalt omdat die er doorheen zit. Er was op weg naar Pla-de-Beret een Amerikaan die zich er heel duidelijk niet af liet rijden, dezelfde Amerikaan die naar eigen zeggen de pijn van een kapotte heup zit te verbijten: Floyd Landis.

,,Floyd Landis’’, zei ik stellig. Aan de andere kant werd instemmend gereageerd. Want je ziet het aan die kerel, iedereen ziet het aan hem: hij is slim, hij is sterk, hij is zelfverzekerd en vastberaden.

Van de Floyd Landis die jaren terug bij de ploeg van Armstrong werd ingelijfd, kon je dat toch niet zeggen. Tenminste, dat beweert de ‘boss’ zelf in het tweede deel van zijn autobiografie, ‘Elke seconde telt’. Volgens Armstrong was Landis een aan lager wal geraakte weirdo, die het bestond om op regenachtige middagen dertien cappuccino’s naar binnen te gieten en royaal met creditcards te wapperen zonder dat hij een cent te makken had.

Armstrong hoorde van dat voorval met die cappuccino’s, ging vijf uur met de zondaar op pad, en genas hem. Hij kneedde hem vervolgens tot een knecht die in staat was om dingen voor zijn baas te doen die hij zelf niet voor mogelijk had gehouden.

En nu is Landis dus zelf de baas. Dé vraag voor het begin van de Tour was: wie wordt de opvolger van Armstrong? NuUllrich en Basso niet meedoen, denk ik dat het antwoord wel eens kan zijn: de beste leerling van Armstrong. Want Landis, de bekeerde weirdo met z’n gammele heup, is zichzelf deze Tour opnieuw aan het verbazen.

Acteren

Een anticlimax. Zo mag je de finale van de etappe van gisteren wel noemen. Waar we in de koninginne-etappe naar Pla de Beret nog verwend werden door strijd tot op de streep, was het gister een verbazingwekkende vertoning. Ballan die telkens werd gedwongen het gat dicht te rijden op Popovych terwijl Freire prinsheerlijk in het wiel zat. Dat doe je misschien een of twee keer maar wanneer de Italiaan zegt dat het genoeg is moet je zelf maar eens uit je hok komen. Wanneer je dat niet doet moet je op niemand kwaad zijn, behalve op jezelf. Het is me dan ook een raadsel waarom Freire zo’n stevige discussie begon met Ballan. Wat zou hij gezegd kunnen hebben? “Zou u zo vriendelijk willen zijn het gat nogmaals dicht te rijden? Ik heb namelijk een deal met de ploeg van Popovych. Als ik niet achter hem aan rij krijg ik veel centjes….” Een drievoudig wereldkampioen zou toch moeten weten hoe de wielerwetten luiden in het  Burgerlijk wetboek van koersrecht…

 

De boosheid van Freire na de aankomst vond ik dan ook moeilijk te begrijpen. De grillige Spanjaard stormde de teambus in zonder ook maar een woord van opheldering voor het verbaasde journaille. Iedereen die de finale heeft gezien was ervan overtuigd dat het een handjeklap betrof tussen de Rabo’s en Discovery’s. Het is natuurlijk ook een leuk beeld. Erik Breukink die voor een leuke som geld zijn oud-ploegmakker Bruyneel wel een ritje gunt met zijn ploeg. Waarna hij Freire in het oortje schreeuwt als Popovych gedemarreerd is: “Oscar, benen stil! En speel alsjeblieft een beetje geloofwaardig mee. Van dat geintje met Langeveld bij het NK ben ik een week ziek geweest, capiche? Word maar flink kwaad bij de bus ofzo. Dan snappen die dommeriken er geen bal meer van haha”